Fietsen in wind en regen
In een vlak land is de wind de echte heuvel. Hier waait het vaak uit het zuidwesten, maar dat verschilt per dag, dus ik kijk voor vertrek altijd even naar de verwachting.
Plannen met de wind
Ik begin het liefst met tegenwind, als ik nog fris ben, zodat ik op de terugweg de wind in de rug heb. Op open stukken langs dijken en door polders merk je het verschil het meest. Bij tegenwind schakel ik een versnelling lichter en houd ik een rustig, gelijkmatig tempo aan in plaats van te forceren.
Regen
Met spatborden en een goed regenjack is een bui prima te doen. Een regenbroek of losse beenstukken houden ook je knieën droog. Natte remmen hebben meer afstand nodig, dus ik begin eerder en rustiger met remmen.
Gladde plekken
Bij nat weer zijn witte strepen op de weg, putdeksels, houten bruggetjes en in de herfst natte bladeren verraderlijk. Daar probeer ik niet te remmen of scherp te sturen. Tramrails kruis ik zo haaks mogelijk.